Welkom

Fijn dat u dit jaar (weer) een stagiaire/ student van onze opleidingen gaat begeleiden. In dit Online Magazine vindt u naast algemene en praktische zaken alle informatie die nodig is om de stage met een goed resultaat te kunnen afsluiten.

Mocht u vragen hebben kunt u altijd contact opnemen met de Receptie

Algemeen telefoonnummer:
020-579 16 20
Mailadres: l.visser1@rocva.nl

Schrijf je in

 

Beste Praktijkopleider

 

Opleiding Business Events & Facilitaire Dienstverlening
Adres onderwijslocatie ROC van Amsterdam
MBO College Centrum
Da Costastraat 36
1053 ZN Amsterdam
Telefoon: 020 579 1620
Opleidingsmanager Frank van Haitsma
Aantal   deelnemers: 12 tot 30
Stagebureau Laurens Visser
BPV-coördinator & begeleider
l.visser1@rocva.nl
06 43 20 7372
Ronald Molenaar
BPV-begeleider
r.molenaar@rocva.nl
Voor algemene vragen BPV-BE-FD@rocva.nl
Achtergrondinformatie Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven
www.s-bb.nl
Naam profiel Crebocode Niveau Duur opleiding
Medewerker evenementenorganisatie 25749 4 3 jaar
Facilitair leidinggevende 25608 4 3 jaar
Allround Facilitair Medewerker 25609 3 2 jaar

Medewerker Evenementenorganisatie 25749

De officiële benaming van het kwalificatiedossier is Medewerker evenementenorganisatie. Bij het ROC van Amsterdam noemen we deze opleiding Business Events, omdat dit kwalificatiedossier goed past bij een beginnende beroepsbeoefenaar, een zelfstandig organisator van evenementen, die een sterke kant van de hospitality heeft meegekregen.

De inhoud van de opleiding voor het beroep medewerker evenementenorganisatie is wettelijk vastgelegd in een kwalificatiedossier. In een kwalificatiedossier (KD) is voor een of meerdere opleidingen beschreven wat de eisen zijn die de overheid stelt. Alle scholen in Nederland moeten zich houden aan deze eisen. Deze eisen per opleiding noemen we een kwalificatie. Iedere kwalificatie heeft een eigen code, genaamd crebonummer.

De medewerker evenementenorganisatie is een spin in het web en is van begin tot eind betrokken bij het evenement, dat wil zeggen bij alle fasen van het evenement. Er is een evenredige zwaarte tussen:

a. De planfase van het evenement (kerntaak 1. Stelt evenementenplannen op en/of ondersteunt daarbij)
b. De promotie en organisatie van het evenement (kerntaak 2. Organiseert evenement en evenementenpromotie)
c. De uitvoering van het evenement (kerntaak 3. Ondersteunt bij de uitvoering van het evenement)
d. De afronding van het evenement (kerntaak 4. Rondt het evenement af)

Medewerker Evenementenorganisatie 25749

Open PDF

De stage is een essentieel onderdeel van de opleiding. Daarom speelt het leerbedrijf een belangrijke rol in het onderwijs.

De stage heeft voor de studenten verschillende doelen:

  • opdoen van werkervaring
  • uitvoeren van stage opdrachten, die leiden tot bij voldoende of goede uitvoer er van tot toegang tot proeve van bekwaamheid / examens
  • ontdekken of de verwachtingen ten aanzien van het beroep reëel zijn.
  • het in de praktijk brengen van de competenties uit de opleiding
  • het vergroten van inzicht in eigen sterke en zwakke punten
  • aanleren van een juiste beroepshouding
  • het bouwen aan een cv waardoor de kansen op een passende baan toenemen

Deze doelen worden haalbaar als een stagiair(e) met zo veel mogelijk facetten van het werk in aanraking komt. Dit houdt in dat het leerbedrijf niet alleen vakinhoudelijke werkzaamheden aanbiedt, maar ook organisatorische aspecten deel uit laat maken van de stage.

Het is de bedoeling dat er door de praktijkbegeleider op regelmatige tijdstippen begeleidingsgesprekken plaatsvinden met de student. In principe vinden deze wekelijks plaats. Ook de begeleiding vanuit de school speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de student.

Deze stageperiode zal er twee tot drie keer een contactmoment zijn tussen student, leerbedrijf en school. In het eerste gesprek wordt vastgelegd welke werkprocessen aan de orde kunnen komen. Tijdens een tweede gesprek zal de voortgang en ontwikkeling van de student besproken worden en tenslotte zal er in een derde contactmoment een eindbeoordeling van de stage plaatsvinden. Taakuitoefening, maar ook het kunnen functioneren binnen een beroepsomgeving worden hierin meegenomen.

Voordat de stage begint, is het belangrijk dat er een stageovereenkomst (ook wel stagecontract of praktijkovereenkomst genoemd) wordt ondertekend. Hierin staan de rechten en plichten van de stagiair(e) vastgelegd. Alle praktische zaken zoals de stagevergoeding en het aantal te lopen stage uren zijn hier ook in terug te vinden. Als de student een stagebedrijf heeft gevonden, moet dit door de student gemeld worden bij het stagebureau van de opleiding. De student ontvangt dan een stageovereenkomst.

De volgende punten zijn in de stageovereenkomst opgenomen:

  • Begin- en einddatum van de stage
  • Aantal uren dat er gewerkt wordt in de gehele periode
  • Praktijkbegeleider op je stageplek
  • Aansprakelijkheid
  • Aantal vakantiedagen
  • Regeling bij ziekte of ongelukken op het werk

De stageovereenkomst dient vóór aanvang van de stage te worden ondertekend door de student, een vertegenwoordiger van het bedrijf of de instelling en een vertegenwoordiger van de school. Zonder overeenkomst is een stage niet geldig, dus het is van belang dat de stageovereenkomst zo spoedig mogelijk ondertekend met de DigiD.

Tijdens het lopen van de stage spelen drie mensen een grote rol in de begeleiding en opleiding van de student, namelijk de praktijkbegeleider, de bpv-begeleider en de Studieloopbaanbegeleider (SLB’er).

Praktijkopleider leerbedrijf

De praktijkopleider is werkzaam op het leerbedrijf tijdens de stage. De praktijkopleider is de schakel tussen de student, het leerbedrijf en de opleiding en is in principe het eerste aanspreekpunt. De praktijkopleider begeleidt de student vanuit het bedrijf of de instelling. Hij geeft de student voldoende begeleiding om de stage naar behoren te verrichten.

Het is belangrijk dat de werkzaamheden van de student zoveel mogelijk overeenkomen met het beroep waarvoor de student in opleiding is. Aan de hand van de kerntaken stellen de praktijkbegeleider en bpv-begeleider het stageprogramma vast.

De praktijkopleider en de bpv-begeleider zijn samen verantwoordelijk voor de beoordeling van de stage. Wanneer er een examen van de kerntaken plaats vind, kan de praktijkopleider niet ook de praktijkbeoordelaar zijn. Wanneer er een examen van een kerntaak plaatsvind zijn deze rollen gescheiden.

Door regelmatig informeel contact te hebben met de stagiair worden verrassingen voorkomen, kan er tijdig bijgestuurd worden en de stagiair voldoende ondersteund worden. Het is verstandig gemaakte afspraken vast te leggen en die punten bij een volgend overleg weer aan de orde te laten komen.

De praktijkopleider zorgt ervoor dat er in het leerbedrijf een goed leerklimaat is voor de student, zodat de werkplek ook een leerplek is. Tijdens het leerproces begeleidt de praktijkopleider de student bij het dragen van verantwoordelijkheid voor zijn leerproces en het functioneren als medewerker. Hij toont daarbij interesse in de student en stemt zijn begeleiding af op de individuele student. Behalve deskundigheid vraagt een dergelijke begeleidingsfunctie ook om betrokkenheid, motivatie en plezier in het overdragen van kennis over het vak.

  • Bpv-begeleider school
    Vanuit de opleiding krijgt de student een bpv-begeleider toegewezen. Deze begeleidt de student op afstand en onderhoudt de contacten met het stagebedrijf. De bpv-begeleider bezoekt (of heeft op andere wijze Corona-proof contact) de student tenminste een keer tijdens de stageperiode. De bpv-begeleider informeert de student en de praktijkopleider en bewaakt de voortgang.
  • Studieloopbaanbegeleider (SLB’er)
    Ten slotte speelt de studieloopbaanbegeleider een belangrijke rol. De studieloopbaanbegeleider kent de student goed en heeft contact met de bpv-begeleider. Daarnaast begeleidt de SLB’er de student op persoonlijk vlak en ondersteunt middels SLB-lessen op school.

Tijdens de stageperiode blijft de student onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling vallen, omdat er géén sprake is van een dienstverband conform artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek.

Het bedrijf of de organisatie waar de student stageloopt is aansprakelijk voor schade/letsel die opgelopen wordt tijdens het uitvoeren van de stagewerkzaamheden. Ook als de student tijdens de stage schade veroorzaakt bij een derde (bijv. een klant) is de stage-instelling aansprakelijk.